Reglement voor de begraafplaatsen  van de  Stichting Begraafplaatsen Nijmegen

 

Inhoudsopgave

 

1. Algemene bepalingen

Art.  1

2. De begraafplaats

Art.  2-6

3. Indeling van de begraafplaats en onderscheid van de graven

Art.  7-10

4. Vereisten voor begraving of bijzetting

Art. 11-13

5. Tarieven

Art. 14

6. Verlenging en overgang grafrechten

Art. 15-16

7. Opgraving en ruiming van het graf

Art. 17-18

8. Gedenktekens en grafbeplantingen

Art. 29-20

9. Einde van de grafrechten

Art. 21

10. Overgangs- en slotbepalingen

Art. 22-25

 

 

 

1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1

In dit reglement wordt verstaan onder:

a.     algemeen graf: een graf bij het bestuur in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt gegeven tot het doen begraven van stoffelijke overschotten van overledenen;

b.     asbus: een hermetisch gesloten metalen bus ter berging van de as van het gecremeerde stoffelijk overschot van een overledene;

c.     begraafplaats: de begraafplaatsen van of in beheer bij de Stichting Begraafplaatsen Nijmegen, te weten:

"Jonkerbos", gelegen aan de Winkelsteegseweg te Nijmegen,

"Daalseweg", gelegen aan de Daalseweg te Nijmegen;

d.     beheerder: degene die door het bestuur met de dagelijkse leiding van de begraafplaats is belast;

e.     bestuur: het bestuur van de Stichting Begraafplaatsen Nijmegen, Winkelsteegseweg 78-80 te Nijmegen tel. 024-3566960, eigenaresse van de begraafplaats;

f.     eigen graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor tot 1 juli 1995 het uitsluitend recht is verleend tot:

- het doen begraven en begraven houden van stoffelijke overschotten van overledenen;

- het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen;

g.     familiegraf: een algemeen graf, grafkelder daaronder begrepen, bij het bestuur in beheer, voorzien van de in het vierde en vijfde lid van artikel 8 bedoelde rechten, waarin sedert 1 juli 1995 aan de rechthebbende gelegenheid wordt gegeven tot het doen begraven van stoffelijke overschotten van overledenen en het bijzetten van asbussen;

h.     gebruiker: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een recht op een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;

i.      grafakte: de overeenkomst waarin overeenkomstig de bepalingen van dit reglement door of namens het bestuur een grafrecht wordt verleend;

j.      grafrecht:

- het uitsluitend recht op een eigen graf, dan wel

- het recht op gebruik van een ruimte in een algemeen of familiegraf of van een ruimte in een urnengraf;

k.     rechthebbende: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht op een eigen graf respectievelijk een recht op gebruik van een ruimte in een familiegraf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;

l.      urn: een sierurn ter berging van een asbus;

m.    urnengraf: een familiegraf in de urnentuin;

n.     urnentuin: een deel van de begraafplaats Jonkerbos met graven bestemd voor het bijzetten van asbussen.

 


2. De begraafplaats

 

Artikel 2

1.     Het beheer van de begraafplaats berust bij het bestuur.

2.     Onder toezicht van het bestuur worden een of meer daartoe door haar aangewezen personen belast met:

a.     de daar aanwezige administratie van de begraafplaats;

b.     het beheer van de begraafplaats;

c.     het algemeen onderhoud van de begraafplaats;

d.     het delven of openen en sluiten van de graven.

 

Artikel 3

1.     Het bestuur is verantwoordelijk voor de administratie van de begraafplaats.

2.     De administratie bevat een register van alle op de begraafplaats begraven lijken en bijgezette asbussen, met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij begraven onderscheidenlijk bijgezet zijn. Dit register is openbaar en wordt op verzoek, tegen betaling van de daarvoor verschuldigde rechten, ter inzage gegeven.

3.     De administratie bevat een register van alle rechthebbenden en gebruikers van de graven, met hun namen en adressen en aantekening van hun relatie tot de overledene. Dit register is niet openbaar.

4.     De rechthebbenden en gebruikers zijn verplicht de wijziging van hun adres aan het bestuur door te geven.

5.     Van het in het tweede lid bedoelde register kan een ieder, doch van het in het derde lid bedoelde register alleen rechthebbenden en gebruikers of hun rechtsopvolgers, tegen betaling van de daarvoor verschuldigde rechten een uittreksel verkrijgen.

 

Artikel 4

Van de begraafplaats berust bij de administratie een plattegrond, waarop de vakken en graven genummerd zijn aangeduid. 

 

Artikel 5

1.     Het bestuur kan de tijden bepalen waarop de begraafplaats voor bezoekers en werklieden toegankelijk is.

2.     In verband met werkzaamheden op de begraafplaats kan de beheerder bezoekers de toegang tot (een deel van) de begraafplaats tijdelijk ontzeggen.

3.     Bezoekers en werklieden dienen zich ordentelijk te gedragen en zonodig de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.

 

Artikel 6

1.     Het begraven van lijken of bijzetten van asbussen geschiedt tussen zonsopgang en zonsondergang.

2.     Het tijdstip van begraven of bijzetten wordt telkens en voor elk geval afzonderlijk door de beheerder, in overleg met de betrokken rechthebbende of gebruiker, vastgesteld.

 


3. Indeling van de begraafplaats en onderscheid van de graven

 

Artikel 7

1.     Graven worden uitgegeven aansluitend op de reeds uitgegeven graven. Indien dit naar het oordeel van de beheerder niet bezwaarlijk is, kunnen ook graven van dezelfde soort en klasse elders op de begraafplaats worden uitgegeven.

2.     Het bestuur behoudt zich het recht voor de indeling van de begraafplaats, de bestemming van de gravenvelden en het onderscheid in graven vast te stellen en te wijzigen.

3.     Het bestuur kan de algemene, eigen en familiegraven onderverdelen in klassen.

4.     Het bestuur kan voor de verschillende klassen de situering en oppervlakte vaststellen, evenals het aantal maximaal in de betreffende graven te begraven lijken of asbussen.

5.     Het bestuur behoudt zich het recht voor om op een begraafplaats een in dit reglement omschreven bepaalde soort of klasse graf niet of niet meer nieuw uit te geven.

 

Artikel 8

1.     De begraafplaats biedt gelegenheid tot het begraven en begraven houden van lijken in:

a. algemene graven,

b. eigen graven en

c. familiegraven.

2.     Algemene graven worden uitgegeven voor een termijn van tien jaren. Deze termijn kan niet worden verlengd. Een lijk kan echter na afloop van de termijn op verzoek van de gebruiker of andere belanghebbenden in een nieuw algemeen of familie­graf op de voet van dit reglement worden herbegraven.

3.     Eigen graven worden sinds 1 juli 1995 niet meer uitgegeven.  De termijn van een bestaand eigen graf wordt telkens met tien jaar verlengd op verzoek van de rechthebbende, mits een zodanig verzoek binnen twee jaar vóór het verstrijken van de termijn is gedaan. De verlenging kan door het bestuur niet worden geweigerd.

4.     Familiegraven worden sinds 1 juli 1995 uitgegeven voor een termijn van ten minste twintig jaren. Deze termijn wordt telkens met tien jaar verlengd op verzoek van de rechthebbende, mits een zodanig verzoek binnen twee jaar vóór het verstrijken van de termijn is gedaan. De verlenging kan door het bestuur worden geweigerd.

5.     Op familiegraven is het bepaalde met betrekking tot graven, waarop een uitsluitend recht berust, in het vierde tot en met zevende lid van artikel 28, in de artikelen 61 en 63 en in het tweede lid van artikel 65 van de Wet op de lijkbezorging overeenkomstig van toepassing.

6.     Het in het tweede lid, respectievelijk vierde juncto vijfde lid, bedoelde grafrecht wordt gevestigd door middel van een grafakte. Rechthebbenden en gebruikers of hun rechtsopvolgers kunnen, tegen betaling van de daarvoor verschuldigde rechten, een duplicaat-akte verkrijgen.

7.     Verlenging van grafrechten geschiedt telkens tegen de alsdan geldende tarieven en voorwaarden.

 

Artikel 9

1.     Een asbus kan worden bijzet in een eigen graf of een familiegraf; de bepalingen van dit reglement betreffende eigen graven respectievelijk familiegraven en betref­fende het begraven van lijken zijn van overeenkomstige toepassing.

2.     Een asbus kan niet worden bijgezet in een algemeen graf.

3.     Een asbus kan, behalve in een eigen graf of familiegraf, worden bijgezet in een urnengraf.

4.     Urnengraven worden uitgegeven voor een termijn van vijf jaren. Deze termijn wordt telkens met vijf jaar verlengd op verzoek van de rechthebbende, mits een zodanig verzoek binnen twee jaar doch uiterlijk een maand vóór het verstrijken van de termijn is gedaan. De verlenging kan door het bestuur worden geweigerd.

5.     Onverminderd het bepaalde in het vorige lid zijn op urnengraven de bepalingen van dit reglement betreffende familiegraven en betreffende het begraven van lijken zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

6.     De rechthebbende op een urnengraf geeft bij de uitgifte van dit graf, voor het geval dat de termijn van het urnengraf binnen een periode van twintig jaren na de bijzetting van de laatste asbus niet wordt verlengd, de beheerder de opdracht de as te doen verstrooien ingevolge de impliciet door hem gewijzigde bestemming van de as. Het staat de rechthebbende vrij om voor afloop van de termijn de asbus elders te doen bijzetten of de inhoud elders te doen verstrooien overeenkomstig wettelijke bepalingen.

7.     Op eigen graven en familiegraven kunnen asbussen worden bijgezet in een urn die hecht aan de ondergrond wordt verbonden.

8.     As kan worden verstrooid in een graf, boven een bestaand graf of elders op de begraafplaats.

 

Artikel 10

1.     Algemene graven zijn zandgraven.

2.     Eigen graven en familiegraven kunnen zijn zandgraven of grafkelders.

3.     Urnengraven kunnen zijn ondergrondse grafkelders of bovengrondse sierurnen die hecht aan de ondergrond zijn verbonden.

4.     In zandgraven kunnen, afhankelijk van de klasse, maximaal 3 of 2 lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet.

5.     In keldergraven kunnen maximaal 4 lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet.

 

 

4. Vereisten voor begraving of bijzetting

 

Artikel 11

1.     Degene die een lijk wil doen begraven of een asbus wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, of zijn gemachtigde, geeft daarvan uiterlijk op de ochtend van de werkdag voorafgaande aan de dag waarop de begraving of bijzetting zal plaatsvinden, kennis aan de beheerder door middel van het daarvoor door het bestuur vast te stellen formulier. Daarbij wordt aangegeven ten aanzien van welke van de in artikel 8, 9 en 10 bedoelde soorten en klasse graven men een grafrecht wil vestigen, onder gelijktijdige voldoening van de daarvoor verschuldigde rechten.

2.     Indien de burgemeester verlof heeft verleend om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

3.     Bij de in het eerste lid bedoelde kennisgeving dient het verlof tot begraving van de ambtenaar van de burgerlijke stand of een ander wettelijk daarmee gelijkgesteld document te worden overgelegd.

4.     Indien het lijk binnen 36 uur na het overlijden wordt begraven dient behalve het in het derde lid bedoelde verlof of document ook het in het tweede lid bedoelde verlof van de burgemeester te worden overgelegd.

 

Artikel 12

1.     Indien de begraving of de bijzetting in een eigen graf of familiegraf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd. De machtiging moet zijn ondertekend door de rechthebbende of, indien deze de overledene is, door degene die in de uitvaart voorziet.

2.     Begraving of bijzetting in een eigen graf of familiegraf waarvan de uitgiftetermijn binnen 20 jaar afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn tot ten minste 20 jaar na deze begraving of bijzetting.

3.     Bijzetting van een asbus in een eigen graf of familiegraf waarvan de uitgiftetermijn binnen 5 jaar afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgifteter­mijn tot 5 jaar na deze bijzetting.

4.     De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de in artikel 16, tweede lid, bedoelde personen.

 

Artikel 13

1.     De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 7, in overleg met de aanvrager, door de beheerder.


2.     Tot de begraving of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat:

a.     de beheerder, heeft geconstateerd dat aan de in de artikelen 11 en 12 opgenomen vereisten is voldaan en

b.     alleen bij begraving van een lijk, de beheerder de identiteit van het lijk heeft vastgesteld door vergelijking van het op de kist of een ander lijkomhulsel vermelde registratienummer heeft vergeleken met dat op een bijgevoegd document dat tevens de namen, overlijdens- en geboortedata van de overledene dan wel de geslachtsnaam van de doodgeborene bevat.

3.     Bij het ontbreken van een identiteitssteentje en/of een registratienummer en het bijbehorende document wordt het lijk alsnog door de beheerder voorzien van een vuurvast steentje waarop het kenmerk van de begraafplaats alsmede een registratienummer is aangebracht.

 

 

5. Tarieven

 

Artikel 14

1.     De kosten voor:

a. grafrechten:

- het vestigen van een grafrecht op een algemeen graf, een familiegraf of een urnengraf;

- het overdragen van een grafrecht;

- het verlengen van een grafrecht op een eigen graf, een familiegraf of een urnengraf;

b. de begrafenis:

- het delven van een graf of het maken van een grafkelder; - het openen en sluiten van een graf;

- bijzetting van een tweede of volgende lijk in een bestaand graf;

- bijzetting van een asbus;

- met een toeslag voor begraven of bijzetten op buitengewone dagen of tijden;

c. de verplichte bijdrage in het onderhoud van de begraafplaats;

d. opgraving van een lijk;

e. de ruiming van een graf als bedoeld in artikel 18, derde lid;

f. verwijdering van een asbus;

g. het gebruik van de condoleanceruimte;

       alsmede de eventuele andere kosten die verband houden met het gebruik van de begraafplaats of begrafenisplechtigheden, worden vastgesteld door het bestuur en openbaar gemaakt in een tarieflijst.

2.     In de tarieflijst wordt tevens aangegeven, voor zover zulks niet in dit reglement is geschiedt, wanneer of binnen welke termijn deze kosten voldaan moeten worden.

3.     Onverminderd hetgeen elders in dit reglement is bepaald ten aanzien van het niet of niet tijdig betalen van kosten, mag geen gedenkteken op een nieuw uitgegeven graf worden geplaatst zolang alle met de uitgifte van dat graf en de begrafenis of bijzetting verband houdende kosten niet geheel zijn voldaan.

 

 

6. Verlenging en overgang grafrechten

 

Artikel 15

1.     Wanneer in een bestaand eigen graf of familiegraf een tweede of volgende lijk wordt bijgezet, wordt de lopende termijn van het grafrecht zonodig verlengd tot 20 jaren, te rekenen met ingang van de datum van bijzetting.

2.     In het geval van bijzetting van een asbus in een bestaand eigen graf of familiegraf, wordt de lopende termijn van het grafrecht zonodig verlengd tot 5 jaren, te rekenen met ingang van de datum van bijzetting.

3.     De kosten van deze verlenging bedragen een evenredig deel van de kosten volgens de dan geldende tarieven, waarmee de verlenging de lopende termijn te boven gaat. Een eventuele volgende verlenging geschiedt op de voet van het bepaalde in artikel 8, derde of vierde lid, respectievelijk artikel 9, vierde lid.

 

Artikel 16

1.     Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan de beheerder van een door de rechthebbende of gebruiker en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht.

2.     In geval van overlijden van de rechthebbende blijft een eigen graf in het gemeen bezit der gezamenlijke erfgenamen, totdat bij verdeling der boedel zal blijken wie rechthebbende is, tenzij bij uiterste wil daarover iets anders is beschikt en de overboeking van het grafrecht dientengevolge wordt vereist.

3.     Is in het vorige lid niet het een noch het ander het geval, dan zal de overboeking op één der erfgenamen alsnog geschieden, wanneer het verlangen daartoe door alle erfgenamen wordt te kennen gegeven onder overlegging van een verklaring van erfrecht.

4.     In geval van de in de twee vorige leden bedoelde overboeking zullen de vereiste bewijzen aan de beheerder moeten worden overgelegd en bij hem blijven berusten, terwijl daarvan een bewijs door de beheerder aan de rechthebbende(n) zal worden afgegeven.

5.     Voor een overdracht of overboeking zijn geen kosten verschuldigd.

 


 

7. Opgraving en ruiming

 

Artikel 17

1.     Lijken zullen, behalve op gezag van een gerechtelijke autoriteit, niet worden opgegraven dan met verlof van de burgemeester van Nijmegen en voor zover het eigen graven of familiegraven betreft niet dan met toestemming van de rechthebbende.

2.     Voor opgraving zijn kosten verschuldigd.

 

Artikel 18

1.     Graven worden niet eerder geruimd dan na afloop van tien jaren na het begraven of bijzetten van het laatste lijk.

2.     Onverminderd het bepaalde in het vorige lid worden eigen graven en familiegraven niet eerder geruimd dan met toestemming van de rechthebbende dan wel wanneer het recht op de voet van het bepaalde in artikel 21 is vervallen.

3.     Op verzoek van de rechthebbende en tegen betaling van kosten kan ruiming van een eigen graf of familiegraf plaats vinden door het zorgvuldig verzamelen van alle beenderen, die onder de bodem van het graf ingegraven worden.

 

 

8. Gedenktekens en grafbeplantingen

 

Artikel 19

1.     Het plaatsen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens, alsmede het aanbrengen van heesters of andere beplantingen op eigen of familiegraven geschiedt niet dan met vergunning van de beheerder. Voor het aanvragen van de vergunning worden op verzoek door de beheerder formulieren verstrekt.

2.     Omtrent de afmetingen en materialen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens, alsmede het aanbrengen of onderhoud van heesters of andere beplantingen kan het bestuur modellen of richtlijnen vaststellen.

3.     Het (doen) plaatsen of aanbrengen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of van heesters of andere beplantingen op eigen of familiegraven geschiedt door de rechthebbende.

4.     Alle kosten voor het plaatsen of aanbrengen, herstellen of vernieuwen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of van heesters of andere beplantingen op eigen of familiegraven komen voor rekening van de rechthebbende.

5.     Rechthebbenden zijn verplicht voor het onderhoud van gedenktekens en beplantingen zorg te dragen.

6.     Voor het plaatsen van een gedenkteken op een algemeen graf wordt door het bestuur zorg gedragen. Het plaatsen van eigen gedenktekens of beplantingen door een gebruiker is niet toegestaan.


 

Artikel 20

1.     De in artikel 19 bedoelde gedenktekens of beplantingen op eigen en familiegraven worden geacht voor rekening en risico van de rechthebbende te zijn aangebracht.

2.     De rechthebbende is verplicht de - door welke omstandigheden ook - daaraan toegebrachte schade op eerste aanschrijven te herstellen, indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het bestuur het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt.

3.     Indien binnen drie maanden na de dag van aanschrijving geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is het bestuur bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens of beplantingen over te gaan, waarbij geldt dat zij voor deze handeling niet aansprakelijk kan worden gesteld, onverlet het recht van het bestuur tot herstel of vernieuwing op kosten van de rechthebbende over te gaan.

4.     Dit artikel is mede van toepassing op eventuele vanwege het bestuur voor rekening van de rechthebbende aangebrachte gedenktekens of beplantingen.

 

 

9. Einde van de grafrechten

 

Artikel 21

1.     De grafrechten vervallen:

a.     door het verlopen van de termijn;

b.     indien de betaling van de verlening of een verlenging van het grafrecht niet binnen twee maanden na aanvang van die termijn is geschied;

c.     indien de rechthebbende of gebruiker - ondanks een aanmaning - in verzuim blijft een op grond van dit reglement op hem rustende verplichting na te komen;

d.     indien de rechthebbende of de gebruiker van een graf is overleden en binnen één jaar nadien door de nabestaanden geen aanwijzing van een opvolger heeft plaatsgevonden;

e.     indien de rechthebbende of gebruiker afstand doet van het recht.

2.     In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen c, d en e, vindt geen terugbetaling plaats van een deel van de kosten van het grafrecht.

3.     De eventueel op een eigen of familiegraf aanwezige gedenktekens, beplanting of andere voorwerpen moeten vóór het vervallen van een grafrecht door de zorg van de rechthebbende van het graf worden verwijderd. Indien deze hierin nalatig blijven, geschiedt het verwijderen door of namens het bestuur, voor rekening van de rechthebbende.

 


 

10. Overgangs- en slotbepalingen

 

Artikel 22

1.     Door vestiging van een grafrecht onderwerpen een rechthebbende of gebruiker en hun rechtsopvolgers zich aan de bepalingen van dit reglement, zoals dit eventueel nader wordt gewijzigd of aangevuld, en verplichten zij zich tot tijdige betaling van de daarop gebaseerde rechten en kos­ten.

2.     Bij het niet of niet tijdig betalen van kosten zijn zij - zonder dat nadere ingebrekestelling nodig is - in gebreke. Het bestuur is alsdan gerechtigd om vanaf de datum dat zij in gebreke zijn in rekening te brengen:

- de wettelijke rente;

- interne incassokosten, gesteld op 5% van de totale kos­ten, met een minimum van ¦50,-;

- alle gerechtelijke en buitengerechtelijke incassokosten; deze laatste worden wat omvang betreft bepaald door de met de inning belaste advocaat, deurwaarder of het incassobureau.

3.     Bij het niet of niet tijdig betalen van kosten is, onverminderd de elders in dit reglement bepaalde gevolgen, het bestuur gerechtigd het verrichten van diensten te staken of te weigeren zonder dat aanspraak op schadevergoeding ont­staat.

4.     Onverminderd het bepaalde in artikel 24 zullen alle geschillen die betreffende de in dit reglement of in een grafakte geregelde onderwerpen mochten ontstaan, aanhangig worden gemaakt bij de bevoegde rechter te Arnhem, tenzij het bestuur verkiest het geschil te onderwerpen aan een andere terzake van het geschil bevoegde rechter.

 

Artikel 23

Een exemplaar van dit reglement is tegen betaling verkrijgbaar bij de beheerder en ligt voor belanghebbenden kosteloos ter inzage.

 

Artikel 24

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of indien verschil van mening bestaat over de uitleg van haar bepalin­gen, beslist het bestuur.

 

Artikel 25

Dit reglement treedt in de plaats van alle voorgaande reglementen van de begraafplaats.

 

 

Aldus vastgesteld door het bestuur van de Stichting Begraafplaatsen Nijmegen in zijn vergadering van 31 mei 1995 onder de bepaling dat dit reglement op 1 juli 1995 in werking treedt.